Stef Kreymborg
Solo e Tutti - overzichtstentoonstelling Stef Kreymborg
Zaal 11, 12, 13
Stef Kreymborg (Amsterdam, 1953)
In 2025 zit Stef Kreymborg vijftig jaar ‘in de kunst’. Maar wat voor kunst is dat dan? Zelf spreekt ze van objecten waarin al dan niet toevallige vondsten zo zijn geordend dat ze nieuwe vormen en betekenissen krijgen. Daarbij wordt een enkel gegeven tot een groter geheel vermenigvuldigd. Oftewel ‘Solo e tutti’, zoals de titel van haar overzichtstentoonstelling in Museum EICAS luidt. Deze muziekterm vat het werk van Kreymborg perfect samen.
Een kind van Nul
In het begin van haar artistieke loopbaan was de Nul-beweging een belangrijke inspiratiebron voor Stef Kreymborg. Niet voor niets noemt ze zichzelf ‘een kind van Nul’. Haar vader importeerde designmeubels uit Denemarken en Italië, die met hun minimalistische vormgeving naadloos aansloten bij de eveneens minimalistische Nul-kunst. Inspirerend waren ook de verfijnde meubelstoffen, die haar moeder verwerkte in artistieke wandkleden.
Al in 1962 werd de nog piepjonge Stef door haar ouders meegenomen naar de tentoonstelling ‘Nul’ in het Stedelijk Museum Amsterdam. Drie jaar later zag ze in hetzelfde museum de tentoonstelling ‘Nul 1965’. Naast de Nederlanders Armando, Jan Henderikse, Henk Peeters, Jan Schoonhoven en Herman de Vries exposeerden hier internationale ZERO-kunstenaars als Arman, Pol Bury, Lucio Fontana, Yayoi Kusama, Piero Manzoni en Otto Piene. Van hen leerde Kreymborg dat kunst geen grenzen kent.
Warme abstractie
In Kreymborgs beginjaren uitte haar bewondering voor Nul en ZERO zich in monochroom witte blinddrukken. Soms voegde ze er zwart aan toe. Jan Schoonhovens witte kartonnen rasters resoneren in Kreymborgs voorliefde voor ambachtelijk handwerk en de herhaling van één gegeven tot een groter geheel. De patronen van takjes, bladsteeltjes en paardenhaar in later werk kunnen gerekend worden tot de ‘warme abstractie’, zoals Henk Peeters het gebruik van natuurlijke materialen betitelde.
Warm is het ook het gebruik van textiel. De tentoonstelling ‘Perspectief in textiel’ in 1969 in het Stedelijk Museum maakte grote indruk op Kreymborg. Vooral de monumentale soft sculptures van Magdalena Abakanowicz bleven haar bij: ‘Ik was van huis uit wel wat gewend, maar dit ging veel verder. En gemaakt door een vrouw, dat was op dat moment – ik was vijftien – ook belangrijk voor me.’ Mede door deze ervaring koos Kreymborg in 1971 voor de specialisatie textiel aan de Pedagogische Academie in Amsterdam.
Zolang het maar buigzaam is
Na enkele jaren voor de klas wijdde Stef Kreymborg zich vanaf 1984 aan het vrije kunstenaarschap. Dat ze niet schildert of beeldhouwt, zoals veel mensen verwachten van een kunstenaar, leidt vaak tot misverstanden. ‘Het woord textiel roept altijd verkeerde dingen op’, verzucht Kreymborg. ‘Ook nu nog heerst bij sommigen het vooroordeel dat textielkunst over macramé en plantenhangers gaat.’ Lange tijd werd textielkunst gezien als iets typisch vrouwelijk en (daarom) niet echt serieus genomen.
Hoewel opgeleid als textielkunstenaar heeft Kreymborg van meet af aan verder gekeken dan de traditionele stoffen en garens. In principe is alles bruikbaar, ‘zolang het maar buigzaam is’. Behalve met textiel werkt ze met papier, karton, linoleum en triplex. Maar ook bladeren, takjes, zand, zakdoeken en sokken vonden de weg naar haar kunst. Wel zijn de toegepaste technieken vaak te herleiden tot textiele werkvormen. Voor bijna elk object werd materiaal gestikt, gevouwen, geweven, geknoopt of gevlochten.
Community art
Zonder eropuit te zijn, kreeg de kunst van Kreymborg in de loop der jaren meer inhoudelijke betekenis. De zuiver formele aspecten van haar werk werden verrijkt met een sociale component. Zo riep ze in 2009 via sociale media mensen op om haar hun ‘eenzame sokken’ te sturen, die ooit deel uitmaakten van een paar. In 2012 vroeg ze om zakdoeken die mensen in moeilijke tijden hadden getroost. Beide initiatieven leidden tot monumentale wandkleden – te groot voor deze tentoonstelling – die veel lof oogstten.
Ook Six degrees of separation is een vorm van ‘community art’. Het verbeeldt de hypothese dat een mens via maximaal vijf tussenpersonen met ieder ander mens op aarde in contact staat. Met een stukje klei in haar handpalm drukte Kreymborg meer dan honderd personen de hand. Zo resulteerde elk contact in een tastbare vorm, waarvan ze vervolgens een ketting reeg als symbool van verbinding. ‘Ook wijzelf zijn schakeltjes in een groter geheel’, aldus de kunstenaar. ‘Dat is goed om te beseffen.’
‘Er is tegenwoordig gelukkig veel aandacht voor diversiteit, maar veel mensen zien er een bedreiging in. Die willen kennelijk liever dat alles zoveel mogelijk hetzelfde is. Voor mij is het alleen maar rijkdom. Ik denk dat ik in mijn werk laat zien dat je dingen die op het eerste gezicht niks met elkaar te maken hebben toch met elkaar kunt verbinden om er iets moois van te maken.’
Eenheid in verscheidenheid
Verzamelen en ordenen doet Kreymborg al zolang ze zich kan herinneren. ‘Eenheid in verscheidenheid, dat is ook wat ik zo geweldig vind aan de natuur. Het samengaan van herhaling en structuur aan de ene kant en oneindige vrijheid en variatie aan de andere kant.’ Van de veelvormige bladeren van de sassafrasboom maakte ze een wandobject, van bladstelen van de doodsbeenderenboom bouwde ze een toren. Struinend langs de IJssel verzamelde ze zand, gras en bloempjes voor een drieluik.
Omgekeerd maakt Kreymborg van opgespaarde restjes garen zelf natuurvormen. De soft sculptures doen denken aan kleurrijke stenen of met korstmos begroeide takken. ‘Waar ik normaal bewust een strakke vormgeving nastreef, laat ik bij deze werken het proces de vorm bepalen. Dan wordt het ineens veel grilliger en onvoorspelbaarder. Zo ontdek ik een kant van mezelf die ik kennelijk niet eerder heb toegelaten en die me nieuwe mogelijkheden biedt. Dus nee, ik ben nog lang niet klaar met mijn werk.’
Tip: Beluister ook deze podcast.
Zie ook recensie KUNST-stukjes
Solo e tutti werd samengesteld en ingericht door gastconservator Feico Hoekstra, die eerder tentoonstellingen maakte voor onder andere Museum MORE in Gorssel, Museum JAN in Amstelveen, de Fundatie in Zwolle en Beelden aan Zee in Den Haag. Ter gelegenheid van de overzichtstentoonstelling in Museum EICAS is een rijk geïllustreerd boek met dezelfde titel verschenen met teksten van Renate Dorrestein, Feico Hoekstra, Karin van Lieverloo en Adelheid Smit.
Tip:
Op 18 januari en 14 februari geeft Stef Kreymborg zelf rondleidingen over Solo e Tutti.
Te zien in de tentoonstelling 06