beeld 2Angel Pinxten; Leo Erb
leowebwi

Leo Erb

Leo Erb (1923-2012) groeit op in het Duitse Saarland, dicht bij de grens met Frankrijk. Deze omgeving zal later een belangrijke rol in zijn werk spelen.

In 1961 opent hij zijn atelier in Parijs waar hij tot 1975 verblijft. Hij brengt in de praktijk wat hij vanaf 1940 aan de school voor toegepaste kunst in Kaiserslautern en vanaf 1946 aan de kunstacademie in Saarbrücken heeft geleerd. Erb studeerde onder andere bij professor Joseph Wack en professor Dr. Boris Kleint. Die laatste vertegenwoordigde het Bauhaus onderwijs en onderwees Erb in kleurenleer. Als liefhebber van de kleur wit, maakt dit nauwelijks indruk op Erb. Het is met Kleint dat Erb in 1957 de groep Saar opricht, een groep jonge bevlogen kunstenaars uit Saarland.

Voor Erb heeft de zuiverheid van een beeld, een oppervlakte of een aanblik de hoogste prioriteit. Op haast obsessieve wijze onderzoekt hij alle mogelijkheden van de kleur wit. Vaak experimenteert hij met de kleur en een horizontaal lijnenspel, een combinatie die voor oneindig veel mogelijkheden zorgt. Opvallend is hoe hij materiaal toont zoals het zich voordoet – zonder al te veel aanpassingen. Ook beperkt hij zich niet tot een plat vlak maar zoekt ruimtelijkheid in zijn werk. De voorliefde voor ritme en het onderzoeken van de mogelijkheden van een materiaal ontstond al op jonge leeftijd. Zo is er een foto van een zesjarige Erb die toen al bezig was met vorm: zijn stapel witte blokjes zijn om en om gestapeld.

Erb en Zero

Erb ontwikkelt in rap tempo zijn zogenoemde lijnschilderingen en lijnreliëfs. Ook stelt hij met grote regelmaat werken tentoon, zoals tijdens de zevende avondtentoonstelling van Zero in Düsseldorf in 1958. Hij werkt samen met Zero-kunstenaars Heinz Mack, Otto Piene en Günther Uecker. Later distantieert hij zich juist van de Zero-groep, die naar zijn mening te arrogant werd. Op eigen kracht zet hij het experiment met materiaal en compositie door. Hij schept zijn eigen papier, gebruikt gevonden hout en andere materialen en raakt geïnspireerd door het werk van Yves Klein, Bernard Aubertin en de Nouveaux Realistes die hij vanaf 1961 in Parijs zag.

Erb en Nul

Met een oeuvre – dat zes decennia omvangt – is het onmogelijk om Leo Erb en de Nul-beweging los van elkaar te zien. De kenmerken en kernwaarden van die beweging zijn overal in het werk van Erb te herkennen. Ritmische ordening, repetitie, monochromie en materialen die bijna uitnodigen tot aanraken.

Erb en EICAS

Het werk van Erb is, in tegenstelling tot vrijwel alle andere ZERO-gerelateerde kunst, handmatig, om niet te zeggen ambachtelijk. Veel werk is uitgevoerd op of in papier of karton. Ook is hij een uiterst begaafd tekenaar. Beide eigenschappen deelt hij met de Nederlandse Nul-kunstenaar Jan Schoonhoven. Museum EICAS hoopt in de naaste toekomst in te gaan op een vergelijking van beide oeuvres.

 

Deze tentoonstelling betreft een aantal schenkingen en bruiklenen van werk van Erb en is bedoeld om deze van een context te voorzien. Er zijn voorbeelden van lijnwerken, zoals tekeningen van inkt op papier, lijnobjecten en lijnplastieken. Ondanks de veelzijdigheid van het materiaal is in ieder werk een rust in ritme en een oorverdovende stilte te herkennen.

In het oeuvre van Erb zijn twee constanten aan te wijzen die bepalend zijn voor zijn beeldtaal: de liefde voor het wit en de liefde voor de lijn. Erb maakte tekeningen, reliëfs en plastieken. Telkens vormde de lijn het hoofdbestanddeel van zijn idioom.

In tegenstelling tot het werk van de meeste van zijn collega Zero-kunstenaars is zijn werk niet altijd monochroom. Vaak bracht hij (meer of minder) witte verf aan op een kartonnen of houten ondergrond, die als organische drager doorschemert of zelfs dominant in het kunstwerk aanwezig blijft.

Met veel dank aan de bruikleengevers.